Artikel 5 AVG: Kernbeginselen van Verwerking & Verantwoordingsplicht
Artikel 5(1) AVG stelt zes dwingende regels vast: verwerking moet rechtmatig zijn, een welbepaald doel hebben, gegevens beperken tot het noodzakelijke, juist zijn, opslag beperken en beveiliging waarborgen. Artikel 5(2) verankert de verantwoordingsplicht (Accountability).
De 6 Kernbeginselen van de Verwerking (Art. 5.1)
Artikel 5(1) van de AVG vormt de hoeksteen van het Europese gegevensbeschermingsrecht. Elke verwerking van persoonsgegevens moet doorlopend aan deze materiële voorwaarden voldoen:
- Rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie (Art. 5.1.a): Verwerking moet berusten op een geldige rechtsgrond, op behoorlijke wijze gebeuren en transparant zijn ten aanzien van de betrokkene.
- Doelbinding (Art. 5.1.b): Gegevens moeten voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld en niet verder op incompatibele wijze worden verwerkt.
- Gegevensminimalisatie (Art. 5.1.c): Toereikend, ter zake dienend en beperkt tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt.
- Juistheid (Art. 5.1.d): Juist en zo nodig geactualiseerd; onjuiste gegevens moeten onverwijld worden gewist of gerectificeerd.
- Opslagbeperking (Art. 5.1.e): Bewaard in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen niet langer te identificeren dan voor de doeleinden vereist is.
- Integriteit en vertrouwelijkheid (Art. 5.1.f): Passende beveiliging door technische en organisatorische maatregelen ter bescherming tegen onbevoegde of onrechtmatige verwerking en accidenteel verlies.
Het Verantwoordingsbeginsel (Accountability) (Art. 5.2 & 24)
Artikel 5(2) bekrachtigt de Verantwoordingsplicht (Accountability): de verwerkingsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor de naleving van lid 1 en moet deze naleving te allen tijde kunnen aantonen.
Dit vereist actieve documentatie: registers van verwerkingsactiviteiten (Art. 30), gegevensbeschermingseffectbeoordelingen (GEB/DPIA, Art. 35) en aantoonbare beveiligingsmaatregelen.